Museo Thyssen-Bornemisza, één van de grootste privé-collecties ooit

Het Museum Thyssen-Bornemisza te Madrid begon als privé-collectie van de eerste baron Heinrich Thyssen-Bornemisza (1875-1947). Door de beurskracht in 1929 kwamen veel kunstwerken tegen lage prijzen bij veilingen terecht, wist deze redelijk goedkoop en snel een grote collectie aan te leggen. Een jaar later wist hij al tijdens een tentoontstelling in München maar liefst 400 werken te tonen, met o.a werken van Aalbrecht Dürer, Jan van Eyck en Caravaggio. Dankzij de Spaanse echtgenote van zijn zoon kwam de collectie in 1992 naar Madrid en kreeg het in het 'Palacio de Villahermosa' haar bestemming. >>Lees verder.

Clara Peeters, overzichtstentoonstelling in het Prado

De Vlaamse Clara Peeters mag zich er sinds oktober 2016 op beroemen de eerste vrouw te zijn waaraan een overzichtstentoonstelling van haar werk wordt gewijd door het Prado museum te Madrid. Peeters was in de 17de eeuw één van de weinige vrouwen, die zich bezig hielden met schilderkunst, en wordt vooral gewaartdeerd vanwege haar stillevens met vruchten, exotische bloemen en kostbare voorwerpen. Daarin verwerkte ze soms stiekem in de reflecties van een vaas of een metalen schaal haar eigen beeltenis. >>Lees verder.

Het realistisch symbolisme van Julio Romero de la Torre

De Cordobese schilder Julio Romero de Torres werkte aanvankelijk in een min of meer impressionistische stijl, maar zou later door een reis naar ondermeer Nederland het symbolisme omarmen. Een veel terugkerend thema in zijn werk is de dood, waarbij hij veelvuldig gebruik maakte van vrouwenfiguren. Zijn werk had grote invloed op de Belg Paul Delvaux, een groot bewonderaar van zijn werk. >>Lees verder.

Tempel van Debod, vol geschiedenis

De tempel van Debod is een oude Egyptische temple, die door een schenking in 1968 van de Egyptische regering aan Spanje in Madrid terecht gekomen is. Deze schenking werd gedaan als dank voor Spaanse hulp na een oproep om internationale hulp van de Unesco om Nubische tempels te redden. Het staat tegenwoordig midden in het 'Parque del Oeste', een park naast Pintor Rosales, en heeft daar dezelfde oriëntatie als in de plaats van herkomst, van oost naar west. >>Lees verder.

Lita Cabellut, niet zomaar een zigeunermeisje

Op 13-jarige leeftijd kwam Lita Cabellut voor het eerst in haar leven in het Madrileense Prado museum, en een wereld ging voor haar open. Geïnspireerd door de grote Spaanse meesters begon vervolgens zelf te schilderen. Tot op de dag van vandaag is ze daar niet mee gestopt. 19 jaar oud reisde ze naar Nederland en kwam daar in aanraking met de Nederlandse meesters. Ook daar is ze niet meer vanaf gekomen. >>Lees verder.

Georgiana Houghton, aquarellen 'gestuurd' door geesten

Georgina Houghton was het zevende kind binnen een Britse handelaarsfamilie, die zich op de Canarische eilanden had gevestigd. Daar werd ze ook in 1814 in Las Palmas geboren. Nog tijdens haar jeugd keerde haar familie terug naar Londen en op latere leeftijd begon ze daar tijdens séances aquarellen te maken, ingegeven door de geesten waardoor ze werd bezocht. Met die aquarellen, die inmiddels door Engelse kunstcritici (her)ontdekt worden, was ze haar tijd ver vooruit: het blijken de eerste abstracte werken van de moderne kunstgeschiedenis te zijn. >>Lees verder.

Gestolen werk van Dalí in Nederland terecht

Op 1 mei 2009 werd een gouache, genaamd 'Adolescence' van de surrealistische schilder Salvador Dalí, samen met 'La Musicienne' van Tamara de Lempicka, door gewapen de mannen uit het Scheringa Museum voor Realisme in Spanbroek gestolen. In datzelfde jaar ging dat museum -om geheel andere redenen- failliet. 7 jaar later kwamen beide werken, dankzij inbreng van de Nederlandse kunstdetective Arthur Brand, uiteindelijk terecht. >>Lees verder.

Sorolla en het Franse impressionisme

Joaquin Sorolla (Valencia, 1863 - Cercedilla, 1923) gaf al jong uiting van zijn passie voor kunst. Toen hij nog maar elf jaar oud was ging hij op naschoolse tekenles en als 16-jarige begon hij een studie aan 'Escuela Superior de Bellas Artes de San Carlos' in Valencia. Daar werd al snel duidelijk dat hij een innovatief karakter had: zijn werk was niet altijd volgens de heersende tradities en zijn onderwepen waren vaak ongebruikelijk. Zo schilderde hij in die periode veelal, in een realistische stijl, sociale en historische thema's. >>Lees verder.

Het abstract expressionisme op Menorca in de jaren 60

In de jaren 50 was Menorca een eiland, dat nog ver af stond van de rest van de wereld. Er was wel sprake van enige moderne kunst op het eiland, maar dat had vooral zijn hoogtepunt in de post-impressionistische landschapsschilderijen van Juan Vives Llull (1901-1982) en José Roberto Torrent Prats (1904-1990). Er bestond ook geen enkele kunstgalerie op het eiland; er was slechts sprake van een cultureel centrum in Ciutadella en een proviciaal museum in Mahón. >>Lees verder.

Rafael Guastavino en het tamboerijngewelf

Rafael Guastavino (1842-1908) was degene, die een eeuwenoude techniek, het zg. 'tamboerijngewelf', verbeterde door flinterdunne tegels en sneldrogend portlandcement te gebruiken. Daarmee kon hij niet alleen gewelven bouwen die 3 tot 5 keer wijder waren, het bleek tevens een zeer snelle en economische methode omdat er geen behoefte was aan houten stellingen. >>Lees verder.

'Centro de Arte Reina Sofía', overzicht van de Spaanse moderne kunst

Het 'Centro de Arte Reina Sofía' in Madrid, is het belangrijkste museum van moderne kunst van Spanje. In de permanente collectie zijn werken te zien van de grootste Spaanse kunstenaars, als Pablo Picasso, Salvador Dali, Joan Miró, Juan Gris, Jorge Oteiza, Julio Gonzalez, Eduardo Chillida en Antoni Tàpies. >>Lees verder.

Joan Miró en de Nederlandse interieurschilders


In mei 1928 reisde de Catalaanse kunstschilder Joan Miró vanuit Parijs naar Nederland. Daar bezocht hij onder meer het Rijksmuseum. Hij raakte daar vooral onder de indruk van de werken van de Hollandse meesters. Ze zouden hem brengen tot een serie abstracte schilderijen van Hollandse interieurs. >>Lees verder.

Activiteiten rond het 500ste sterfjaar van Jeroen Bosch

Vanwege diens vijfhonderdste overlijdensjaar, organiseren de gemeente Den Bosch, het 'Museo del Prado' en de stichting 'Carlos de Amberes', het komende jaar speciale tentoonstellingen rond Jeroen Bosch. Hiervoor zullen er 20 schilderijen en 19 tekeningen van de meester, uit verschillende internationale collecties, tussen het Noord-Brabants museum en het Prado reizen. Daaronder behoren vier drieluiken en vier tweezijdig beschilderde panelen.

Noord-Brabants Museum,
>>Jheronimus Bosch – Visioenen van een genie,
13 februari-8 mei 2016

Museo del Prado,
>>El Bosco. La Exposicióin de Centenario,
31 mei-11 september 2016

Lees ook:
>> 'El Bosco', de nachtmerrie van Filips II
>>Nederlandse schilderkunst in  het Prado, een verzameling met hiaten
>>Einde Spaans gekibbel over de 'Tuin der Lusten'

'Spaanse meesters uit de Hermitage' in Amsterdam

Tot 29 mei 2016 biedt het Hermitage Museum in Amsterdam 'Spaanse meesters uit de Hermitage' aan, met als ondertitel 'De wereld van El Greco, Ribera, Zurbarán, Velázquez, Murillo en Goya'. Deze tentoonstelling kan beschouwd worden als de meest uitgebreide van schilderkunst uit de Spaanse Gouden Eeuw, die ooit in Nederland werd gehouden. Er zijn dan ook meer dan honderd werken te zien, waaronder schilderijen, illustraties en decoratieve objecten. >>Lees verder.

'Toros de Guisando', reliquieën uit de Tweede IJzertijd

'Toros de Guisando'(Stieren van Guisando) zijn vier beelden, vermoedelijk van stieren, die naast elkaar staan binnen de gemeente El Tiemblo in de provincie Ávila. De aanduiding 'Guisando' hebben ze te danken aan het feit dat El Tiemblo in een regio ligt dat vroeger 'Guisando' genoemd werd, naar een gemeente in de Sierra de Gredos. >>Lees  verder.

Einde Spaans gekibbel over 'De Tuin der Lusten'

Het meesterwerk van Jeroen Bosch, 'De Tuin der Lusten', kwam rond 1593 in handen van de toenmalige koning van Spanje, Filips II. Die hing het in zijn kloosterpaleis, 'El Escorial', waarvandaan het in de jaren 30 van de vorige eeuw voor restauratie naar het Prado museum in Madrid werd overgebracht. Na de burgeroorlog het daar één van de trekpleisters. Gedurende 2015 was de vraag echter of dat nog lang zo zou blijven nadat het drieluik in naam van de Spaanse kroon werd teruggeëist voor een nieuw op te richten museum. Intussen is daarover een akkoord bereikt dat bepaalt dat het werk gewoon toch in het Prado blijft hangen. >>Lees verder.

Miguel Ortiz Berrocal, desmonteerbare torso's


De beeldhouwer Miguel Ortiz y Berrocal is misschien vooral bekend als de kunstenaar, die de zg. 'Goya' ontwierp, de trofee die wordt beschouwd als de Spaanse 'Oscar'. Toch heeft hij zijn sporen binnen de kunstwereld verdiend met een geheel eigen stijl, in de vorm van 'Ready made' beeldhouwwerken. Dit zijn torso's, die bestaan uit (des)monteerbare segmenten, aanvankelijk nog op klein formaat en gebruik makend van edele metalen, maar later groot uitgevoerd. >>Lees verder.

Damián Forment, introductie van de Spaanse Renaissance

In Tarragona ligt het klooster van Poblet, dat in 1991 aan de lijst van Werelderfgoed van de Unesco werd toegevoegd. Het is een middeleeuws complex in cisterciënzer stijl met o.a een 12de eeuwse kerk, enkele kloostergebouwen, een koninklijk paleis en een ziekenhuis. In de kerk staat een albasten altaar uit de 16de eeuw van de hand van de Valenciaanse beeldhouwer Damián Forment, beschouwd als één van de eerste kunstenaars die de Renaissantistische stijl in Spanje (lees: Aragón) introduceerde en van grote invloed was op latere beeldhouwers in het land. >>Lees verder.

Een madrileense traditie, weergegeven door Goya

Op 15 mei is het een traditie voor de madrilenen om samen te komen op de 'Pradera de San Isidro'. Daar wordt dan uitgebreid gepicknickt en de 'chotis' gedanst, een traditie die in 1788 door Francisco de Goya werd vereeuwigd. Toen lag de plek nog buiten de stad, aan de andere kant van de rivier Manzanares, die een natuurlijke grens markeerde. Dat is goed te zien op het schilderij. >>Lees verder.

De Spaanse thema's van Edouard Manet

In 1860 begon de Franse schilder Edouard Manet zich te interesseren in Spaanse thema's -iets wat eigenlijk al twintig jaar lang een mode was in Parijs. Nadat een jaar eerder zijn intussen beroemde schilderij 'De absintdrinker' werd afgewezen maakte hij in datzelfde jaar zijn debuut in de Parijse Salon met 'De Spaanse zanger', een schilderij dat al sterk was beïnvloed door de meesters van de Spaanse barok die hij in het Louvre had gezien. >>Lees verder.

Het Prado Museum, een indrukwekkende kunstcollectie

Het Prado Museum in Madrid bezit één van de meest indrukwekkende kunstcollecties van de wereld. Tussen de meer dan 8600 schilderijen, die er aanwezig zijn, bevindt zich dan ook de grootste verzameling ter wereld van Spaanse meesters als El Greco, Velázquez, Zurbarán, Murillo en Goya. Daartussen kan de bezoeker natuurlijk 'Las Meninas' uit 1656 aantreffen, algemeen beschouwd als een absoluut meesterwerk (zie hiernaast). >>Lees verder.

Het expressionisme in Spanje: alleen enkele geïsoleerde gevallen

Het expressionisme was een internationale avantgardistische stroming, waarin de kunstenaar eerder zijn gevoelens en ervaringen wilde uitdrukken dan de realiteit zelf. Het ontstond aan het begin van de vorige eeuw en had zijn hoogtepunt tussen beide wereldoorlogen. In die periode bereikte het maar bij mondjesmaat het perifere Spanje, en zeker niet als beweging of in de vorm van kunstenaarsgroepen -zoals ondermeer in Duitsland met 'Die Brücke' en in Nederland met 'De Ploeg' het geval was. Eerder was er sprake van enkele geïsoleerde gevallen. >>Lees verder.

Néstor, het symbolisme in Spanje

Néstor wordt beschouwd als de belangrijkste schilder, die de Canarische eilanden hebben voortgebracht. Hij is vooral bekend geworden als exponent van het symbolisme, met duidelijke kenmerken van Art Nouveau en Art Deco. Opvallend zijn zijn lichtgebruik en drukke, expressieve composities, met nadruk op fantasierijke en mythische taferelen. De wereldberoemde surrealist Salvador Dalí werd deels door zijn werk beïnvloed. >>Lees verder.

De invloed van de Vlamingen op de Spaanse schilderkunst van de 15de eeuw

In de 15de eeuw stond de Spaanse schilderkunst sterk onder invloed van de Vlaamse schilderkunst. Ze wordt dan ook wel aangeduid als 'Pintura Hispanoflamenco' (Spaans-Vlaamse schilderkunst). Meesters uit de Nederlanden, als Juan de Flandes (1465-1519), of die opgeleid waren in de Vlaamse traditie, als Michel Sittow (1468-1524/25), waren vaak werkzaam aan de hoven van de koningen van Castilië en Aragón, die grote liefhebbers waren Vlaamse schilderijen, wandtapijten en boekverluchting. Die belangstelling zou tot in de 17de eeuw voortduren, wat er ook de reden van is dat er zovele werken van de Vlaamse Primitieven in grote Spaanse musea te zien zijn. >>Lees verder.

De kunst van Pejac ligt op straat

Santiago Silvestre (Santander 1977) vond dat er teveel mensen nooit naar musea gaan en daardoor, zolang de kunst niet naar ze toe gebracht zou worden, nooit er nooot mee te maken zouden krijgen. Toen zijn conservatieve leraren, die het elitaire van de kunst benadrukten, hem dus begonnen te irriteren besloot hij de kunst maar zelf naar de straat te brengen. Onder het pseudoniem 'Pejac' maakte hij zo intussen al tientallen muurschilderingen op gebouwen in grote steden als Moskou, Parijs, Istanboel, Madrid, Valencia, Londen en Milaan. >>Lees verder.

De onvoltooide werken van Antonio López


Tot de filosofie van beeldend kunstenaar Antonio López behoort de achterliggende idee dat een schilderij nooit echt voltooid wordt. Het bereikt alleen maar de grens van zijn mogelijkheden. Zijn werken zijn daar de stille getuigenis van: ze hebben een lang ontstaansproces nodig, waarin ze langzaamaan d.m.v. waarneming en observatie tot ontwikkeling lijken te zijn gekomen tot het moment dat de kunstenaar de essentie heeft gevonden die hij erin zocht. >>Lees verder.

De 'Lonja de la seda', laat-gotiek in Valencia

De bouw van de zg. 'Lonja de la Seda' (de zijdebeurs) op de Plaza del Mercado in Valencia had een aantal doelen. De voornaamste was -zoals de naam al zegt- de handel in zijde te bevorderen. Kooplieden konden er in een grote hal, de zg. 'Sala de Contratación', hun transacties afwikkelen. Daarnaast kwam er echter het 'Tribunal del Mar' (zeetribunaal) bij elkaar, het eerste koopliedentribunaal van Spanje. Dat gebeurde in de 'Sala del Consulado del Mar' (zeeconsulaat), aan de westzijde van het 16de eeuwse gebouw. Een vierkante toren tussen de hal aan de oostzijde en het zeeconsulaat diende ondermeer als gevangenis. >>Lees verder.

De 'Sixtijnse kapel' van de romaanse kunst

De 'Real Colegiata de San Isidoro' (Koninklijk Colegiata van San Isidoro) in León wordt ook wel de ‘Sixtijnse kapel van de Spaanse romaanse kunst’ genoemd. Dat komt door de gewelfbeschilderingen in de crypte, die er in de 12de eeuw zijn aangebracht. Ze geven de Verlossing weer, vanaf de annunciatie tot de kruisdood. Prachtig is vooral de mooie kalender waarin de diverse werkzaamheden van het jaar zijn uitgebeeld. >>Lees verder.

Siega Verde, paleolithische rotskunst

De paleontologische rotskunst in de Cóavallei in Portugal en Siega Verde in de aangrenzende provincie Salamanca zijn uniek in hun soort vanwege hun open karakter. In 1998 werd dan ook de eerste archeologische vindplaats door de Unesco tot werelderfgoed verklaard. In 2001 besloot dezelfde organisatie de tweede daaraan toe te voegen. De vindplaatsen in Siega Verde liggen in de gemeente Villar de la Yegua. >>Lees verder.

Robert Motherwell en de Spaanse Burgeroorlog

In 1948 begon de Amerikaanse kunstenaar Robert Motherwell zijn meest bekende serie 'Elegies to the Spanish Republic' te maken, volgens een thema dat hij ontleende aan een gedicht van de dichter Federico García Lorca. Daarmee wilde Motherwell de grote indruk weergeven, die de Spaanse burgeroorlog op hem had gemaakt toen hij nog maar net éénentwintig jaar oud was. In die oorlog zou het voor het eerst zijn dat er luchtbombardementen op burgerdoelen werden uitgevoerd, met een half miljoen slachtoffers ten gevolge. De serie bestaat uit ruim 200 werken. >>Lees verder.

De Spaanse kunstgeschiedenis herschreven: het allervroegste vrouwelijk naakt ontdekt

Het zestiende eeuwse kerkje Santa María Magdalena, in Titulcia, een dorp in het uiterste zuiden van de regio Madrid, blijkt vier eeuwen lang het vroegst bekende vrouwelijk naakt in de geschiedenis van de Spaanse schilderkunst te hebben verborgen. Het gaat om een vooraanzicht van een naakte Maria Magdalena, die omringd door engelen door de hemel wordt opgenomen. Het werd in 1607 vervaardigd door niemand minder dan de zoon van El Greco, Jorge Manuel Theotokopoulos (1578-1631). >>Lees verder.

Het 'religieus' uitstapje in Sevilla van een Belgische sociaal-realist

In 1882 gaf de Belgische regering opdracht om een getrouwe kopie te vervaardigen van het zg.'Descendimiento' (Kruisafneming) van de Vlaams-Spaanse schilder Pedro de Campaña of Pieter de Kempeneer (ca. 1503-1580). Dat werk, uit 1547, hangt in de kathedraal van Sevilla. Voor de kopie werd een beroep gedaan op de Constantin Meunier (1831-1905), een schilder die tegenwoordig vooral bekendheid geniet vanwege van zijn sociaal-realistische werk. >>Lees verder.

Don Quichot verbeeld door grote schilders en beeldhouwers

De Renaissance-roman 'El Ingenioso Hidalgo Don Quijote de La Mancha' van Miguel de Cervantes Saavedra (1547-1616) is een universeel literair werk, dat in de meeste wereldtalen werd vertaald. Zoveel eeuwen na de eerste publicatie (1605) blijft het werk tot de verbeelding spreken van miljoenen mensen, waaronder vele grote kunstenaars. Sommigen hebben er een beeld van willen geven: Dalí, Daumier, Picasso, Cézanne... Zie hier enkele resultaten, en lees ondertussen over de roman en zijn schepper. >>Lees verder.

Juan Bautista Maíno en 'de herovering van São Salvador'

'La recuperación de Bahía' (De herovering van São Salvador) van Fray Juan Bautista Maino (Pastrana 1581-Madrid 1649) is een weergave van één van vele momenten in de geschiedenis van de vijandschap tussen Spanje en Nederland: de herovering in 1625 van de Braziliaanse stad São Salvador de Bahia door de Spanjaarden, in 1624 nog in alle trots ingenomen door de Nederlandse vloot. Een belangrijke rol in deze geschiedenis speelde de ons aller bekende Piet Hein, op dat moment vice-admiraal. Pikant detail is dat in dezelfde stad het Nederlands elftal voor in de groepsfase van het WK voetbal in 2014 tegen Spanje revanche nam voor de verloren finale in 2010. Het paneel hangt in het Prado museum te Madrid. >>Lees verder.

Luis Gordillo, vernieuwende figuratie

Luis Gordillo werd in 1934 in Sevilla geboren. Als schilder zette hij zich af tegen de heersende informele kunst van de jaren 50, en als zodanig wordt hij tegenwoordig beschouwd als de pionier van de figuratie en Pop-art in de Spaanse kunst van de zestiger jaren. >>Lees verder.

De 'Beatos', verluchtigde geschriften over de Apocalyps


De Beato de Liébana (in het Nederlands 'Beatus van Liébana'; van het latijn, beatus: zalige, en de naam van een dal in het Spaanse Cantabria, el Valle de Liébana) was oorspronkelijk een persoon. Tegenwoordig is het echter de aanduiding van een geschrift als commentaar op de Apocalyps van Johannes dat door deze devote persoon en godsgeleerde rond 776 werd geschreven en gedurende vele eeuwen werd gekopiëerd en over meerdere kloosters verspreid. De zg. beatos zijn dus vervaardigde kopieën van dit handschrift. Door hun bijzondere verluchtingen zijn ze van grote kunsthistorische betekenis. >>Lees verder.

Het constructivisme van Pierre Daura

Misschien is hij wel de bekendste leerling van José Ruiz y Blasco (1838-1913), op diens zoon Pablo Picasso na natuurlijk. Als zodanig volgde Pierre Daura als jongen zijn kunstopleiding aan de Escola de la Llotja in Barcelona. In die tijd verkocht hij op veertienjarige leeftijd zijn eerste schilderij aan de kunstverzamelaar Pascual Monturiol, die zei dat zijn werk hem aan dat van Paul Cézanne deed denken. >>Lees verder.

Het Museum voor Spaanse Abstracte Kunst te Cuenca

Het Museum voor Spaanse abstracte kunst ('Museo de Arte Abstracto Español') te Cuenca werd geopend op 1 juli 1966, als resultaat van het initiatief van Fernando Zóbel (Manilla, 1924-Rome, 1984). In 1980 schonk deze zijn collectie aan de Fundación Juan March. Sindsdien is deze aangevuld met eigen middelen en door de aankoop van nieuwe werken. >>Lees verder.

'De Griek van Toledo' en meer activiteiten rond het 400ste sterfjaar van El Greco

Op 7 april 2014 zal het precies 400 jaar geleden zijn dat de Renaissance-schilder El Greco overleed. En verrassend genoeg is er in al die jaren daarna nooit echt een grote tentoonstelling van zijn werk geweest in de stad, waar hij de rijpheid als kunstenaar heeft gevonden: het Spaanse Toledo. >>Lees verder.

Lees ook:
>>El Greco, eind negentiende eeuw herontdekt.
>>Pronkstuk van El Greco gerestaureerd in het Prado alvorens terug te keren naar Toledo.

Nederlandse schilderkunst in het Prado, een verzameling met hiaten

Het is zeker te wijten aan de Tachtigjarige oorlog en de breuk van de Noorderlijke Nederlanden met Spanje in 1581 dat er relatief maar weinig werken van grote Hollandse schilders uit de zeventiende eeuw in Spanje te vinden zijn. Dankzij late aankopen van het Spaanse hof, in de achttiende eeuw, bezit het Prado museum in Madrid tegenwoordig nog nog ongeveer tweehonderd werken. Daarbij wordt een schilderij van Rembrandt geteld, 'Artemis' of 'Judith op het banket van Holofernes',  gekocht door Karel III, maar zijn andere grote meesters als Johannes Vermeer en Frans Hals de grote afwezigen. >>Lees verder.

Ko Kwinkelenberg, in Spanje in de voetsporen van Mondriaan

Ko Kwinkelenberg (Arnhem 1927) werkte sinds 1954 als grafisch ontwerper en illustrator (o.a. voor het Parool). Hij had tot 1974 een eigen studio, met als klanten Talens, Flex, Shell, Nederlandse Spoorwegen, en diverse uitgeverijen en drukkerijen. Hij werd bekroond voor boekontwerpen, verpakkingen en jaarverslagen in Nederland, Joegoslavië en Verenigde Staten. >>Lees verder.

Antonio Fuertes, toneelstukken met fruit

Antonio Fuertes (1970) volgde zijn beeldende kunstopleiding aan de Complutense universiteit van Madrid. In het laatste jaar kreeg hij een studiebeurs voor de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Na zijn afstuderen in 1994 besloot hij in Nederland te blijven. Hij woont en werkt nu in Amsterdam. >>Lees verder.

César Manrique, redder van Lanzarote


Cesar Manrique (Arrecife, 1919 – Tahíche, 1992) was een pionier binnen de moderne kunst in Spanje. Omdat hij oorspeonkelijk van Lanzarote kwam zou hij in opdracht van de regering de touristische centra van Lanzarote creëren. Zo wist hij de natuurlijke en culturele rijkdommen van het eiland te beschermen door de regering ervan te overtuigen dat de constructie van hoge gebouwen op Lanzarote verboden moest worden. Hij vreesde dat ze het karakter van het landschap zouden verstoren.

>> Lees verder.

De 'Dama de Elche': Iberische begraafoffrende




















De Dama de Elche (dame van Elche), uit de 4de-5de eeuw v.C., werd gevonden, zoals de naam al zegt, in de omgeving van de stad Elche in het huidige Castilla-La Mancha.

Deze beroemde zandsteensculptuur werd in 1897 in La Alcudia, zo'n 2 kilometer ten zuiden van Elche (Levante), opgegraven. Het gaat om een polychroom beschilderde portretbuste uit 425-375 v. Chr. van een Iberische dame, behangen met sieraden en met de haren in wielvorm langs het hoofd. Waarschijnlijk is het tot stand gekomen onder invloed van contacten, die de toenmalige bevolking in het huidige Spanje had met Fenicische kustkolonies in die periode, als Cádiz en het eiland Ibiza.

Het beeld is te bezichtigen in het
Nationaal Archeologisch Museum te Madrid.

De anarchistische kunst van Santiago Sierra

Het werk van de beeldende kunstenaar Santiago Sierra (Madrid, 1966) kan als politiek en sociaal bewogen worden beschouwd. Het verwijst naar perverse arbeidsverhoudingen, discriminatie en de ongelijke verdeling van de rijkdom en stelt het obscure netwerk van de kapitalistische macht aan de kaak dat werknemers uitbuit en vervreemdt van zijn eigen natuur. Daarbij maakt Sierra gebruik van de technieken van het minimalisme, de conceptuele kunst en de strategiën van de performances van de jaren 70. >>Lees verder.

Miquel Barceló, observeren in vier dimensies

Kunstschilder en beeldhouwer Miquel Barceló werd in 1952 geboren op het eiland Mallorca, waar hij zijn gehele jeugd doorbracht. In 1975 verhuisde hij naar Barcelona om daar voor kunstenaar te studeren. Na zijn studie kreeg hij in 1982 direct internationale erkenning, toen hij door Rudi Fuchs werd gevraagd voor Documenta 7. >>Lees verder.

Carlos de Haes en het Spaanse landschap

De publieke erkenning van het meesterschap van de Spaanse schilder en graficus van Belgische afkomst, Carlos de Haes (1826-1898) betekende in zijn tijd een opwaardering van het genre van de landschapsschilderkunst -tot op dat moment beschouwd als inferieur aan andere genres. Dit begon met zijn benoeming tot lid van de 'Real Academia de Bellas Artes de San Fernando' in 1859 en leidde uieindelijk tot een verschillende ridderordes. >>Lees verder.

Cas Oorthuys' 'hart van Spanje'

Onder alle foto's die Cas Oorthuys (1908-1975) heeft nagelaten zijn er duizenden, die hij van het Spanje van de vijftiger jaren gemaakt heeft. In 1953 werd hij namelijk gevraagd voor de uitgeverij Contact foto's te maken voor reispockets, waarvan de tekst geschreven zou worden door Nederlandse schrijvers die het gebied kenden en de taal spraken. Zo kwam hij aan de Franse Rivière met Jan Brusse (1921-1996), in Florence met Benno Premsela (1920-1997) en in Joegoslavië en Griekenland met A. den Doolaard (1901-1994). >>Lees verder.

Was de alleroudste kunst abstract?

'Ja', zegt Alistair Pike stellig. 'In zowel Europa als Afrika werd de figuratieve kunst voorgegaan door een periode van abstracte kunst'. Pike is de leider van een team bestaande uit archeologen van de universiteiten van Barcelona en Bristol, dat in juni 2012 in de Noord-Spaanse streek Cantabrië rotstekeningen heeft onderzocht. Door middel van uranium-thorium datering, een nieuwe techniek om de ouderdom van steenlagen te onderzoeken, heeft men kunnen vaststellen dat het gebruikte materiaal tussen 35.600 en 40.800 jaar geleden werd aangebracht. Dat is ouder dan die van de grotten van Chauvet, in Frankrijk, tot voor kort als de oudste van Europa beschouwd. >>Lees verder.

De invloed van Theo van Doesburg op de Spaanse poëzie van de jaren 60


(Eerste pagina van ‘Anthologie Bonset’, een aflevering van 'De Stijl' gewijd aan de gedichten van I.K. Bonset -ps. Theo van Doesburg).

Na het uitéén vallen van De Stijl´ in 1928, door een ruzie met Piet Mondriaan, richtte Theo van Doesburg (1883-1931) in december 1929 in Parijs het internationale kunstenaarscollectief 'Art Concret' op. Kunstenaars die het gelijknamige manifest ondertekenden waren Marcel Wantz, Jean Hélion, Otto Gustaf Carlsund en Léon Arthur Tutundjian. Een andere deelnemer aan het collectief, Walter Schwab, ontbrak onder het manifest vanwege zijn nihilistische overtuiging. Mondriaan, die in 1929 zijn ruzie met Van Doesburg bijlegde, weigerde zich echter bij 'Art Concret' aan te sluiten. Hij vond dat de groep te ver ging in haar systematische benadering van de kunst. >>Lees verder.