
Basilieken.
Onder de Visigothische bouwmeesters ontwikkelde het klassieke plattegrond van een basiliek zich tot een kruisvorm. Schepen en zijbeuken werden van elkaar gescheiden door zuilen met hoefijzerbogen. Meestal hadden deze gebouwen tongewelven en zijbeuken, vaak een houten armatuur. In de decoratie van de muren en kapitelen kwam een onmiskenbaar oosterse invloed naar voren, met geometrische of vegetale motieven en juist zeer weinig menselijke figuren. Aan de buitenkant van de Visigotische tempels zijn bovendien nooit steunberen terug te vinden.
Aangezien vrijwel elke overgebleven Visigothische tempel later wel werd verbouwd is het oorspronkelijke plattegrond van deze gebouwen niet vaak meer terug te zien. In sommige exemplaren in de Spaanse de provincies Málaga, Córdoba en Sevilla is dat echter nog wel het geval, o.a. in de Basiliek Vega del Mar (vierde eeuw) in San Pedro de Alcántara en de Basiliek van koning Reccaredo (vijfde eeuw) in Gerena.
Edelsmeedwerk, het hoogtepunt van de Visigothische kunst.
Het meest in het oog springende aspect van de Visigothische kunst is echter het goud- en zilversmeedwerk, dat in de 7de eeuw zijn absolute hoogtepunt bereikte. Handwerkslieden maakten ruwweg twee soorten kunstvoorwerpen: liturgische voorwerpen, waaronder processiekruizen en votiefobjecten, zoals aan het plafond hangende kronen (zie bovenstaande foto), en meer persoonlijke artikelen als gespen, armbanden of kettingen. In Torredonjimeno (provincie Jaén) werd in 1926 een schat gevonden, die vóór de Moorse invasie door de Visigothen werd begraven. Daarin werden vele voorwerpen gevonden uit de zesde eeuw, met een duidelijke invloed van de Byzantijnse stijl.